Ketenpartners: samenwerken of tegenwerken?

Jacques Ament, onderzoeker bij Triaspect, vertelt over zijn ervaringen in de Jeugdzorg en met name bij samenwerking tussen ketenpartners. De wet- en regelgeving is sinds 2015 van kracht en dit heeft een aantal ontwikkelingen in een stroomversnelling gebracht. In dit artikel wordt het landelijk jaarbeeld Jeugdzorg van 2016 besproken.

Wat is opgevallen tijdens de diverse calamiteitenonderzoeken bij Jeugdzorgorganisaties, maar ook bij andere zorgorganisaties?

Vanuit het perspectief als onafhankelijk voorzitter van onderzoekscommissies dringt zich onmiddellijk de conclusie op dat interne medewerkers in de verschillende onderzoekscommissie met heel veel inzet en toewijding aan de slag gaan zodra ze gevraagd worden om deel uit te maken van een calamiteitencommissie/onderzoekscommissie onder leiding van een onafhankelijk extern voorzitter. Ze doen dit vanuit hun specifieke deskundigheid en met een professionele attitude, en natuurlijk vinden ze het niet gemakkelijk om hun collega’s, die direct betrokken zijn geweest bij een incident en/of calamiteit, te bevragen in interviews over het hoe en wat van hun handelen.
Bij de start van zo’n onderzoek wordt altijd benadrukt dat we niet de insteek hebben om een collega aan de schandpaal te nagelen, maar dat het er primair om te doen is om via een nauwgezet feitenrelaas, een grondige analyse van het incident c.q. de calamiteit, te komen tot conclusies, aanbevelingen en verbeterpunten, om daarmee te bewerkstelligen dat de organisatie zo nodig maatregelen kan treffen om herhaling proberen te voorkomen.

Wat ook is opgevallen is dat de leden van zo’n commissie vaak oprecht verbaasd zijn dat zoiets in hun organisatie heeft kunnen plaatsvinden. Vanuit die verbazing zijn ze dan ook zeer gemotiveerd om de ware toedracht goed in beeld te krijgen en op basis daarvan tot relevante aanbevelingen te komen. De bestuurders kunnen vervolgens in de rapportage naar de inspectie concrete verbeterpunten formuleren .

In enkele gevallen betrof het onderzoek ook ketenpartners en daar zijn verschillen ervaringen bij te melden. Bij een onderzoekscommissie, die samengesteld was uit leden van twee betrokken organisaties zagen wij een open en transparante houding bij de commissieleden, waarbij er een grote bereidheid was om vooral te kijken wat er in de “eigen” organisatie niet goed gedaan was en hoe het beter zou moeten. En wat nog veel belangrijker was, er werden geen pogingen gedaan om te  “zwarte pieten”, oftewel de schuldvraag naar de andere organisatie te schuiven. Daar was geen sprake van. Mede door die open opstelling zijn er concrete afspraken gemaakt hoe de samenwerking tussen beide organisaties verbeterd kon worden. Tevens werden afspraken gemaakt voor een gezamenlijke training om met de Prisma light methode aan de slag te gaan.

In een andere situatie, waar eveneens ketenpartners bij betrokken waren, (oa een ggz organisatie) is een minder positieve ervaring te melden. Een weigerachtige houding van een van de ggz ketenpartner om, onder de verwijzing naar privacybescherming, geen toestemming te verlenen om een van hun hulpverleners te kunnen interviewen over een betrokken cliënt. Onze conclusie was dat het beroep op de privacybescherming niet in het belang van de cliënt was. De inspectie is door ons over deze ervaring geïnformeerd.

Los van de specifieke inzet van ons bij incidenten/calamiteiten, kunnen wij ook aan de voorkant ondersteunen met intervisie, ronde tafel gesprekken, op zoek gaan naar de knelpunten in de samenwerking met verschillende aanbieders. Tijdens de onderzoeken komen overigens ook altijd zaken naar voren die weliswaar niet direct relevant zijn in het kader van de onderzochte casus, maar die wel van belang zijn voor de organisatie, wij noemen dat dan “bijvangst”, niet van belang voor de rapportage, maar wel degelijk voor de interne organisatie. Ook met het oppakken van dit soort zaken kunnen wij ondersteuning bieden.