Column: Aandachtsfunctionaris in twee uur

Ik heb laatst een training gegeven aan een groep aandachtsfunctionarissen Kwaliteit en Veiligheid van een zorginstelling in de ouderenzorg. Zij zijn bezig met de invoering van Zelfregelende teams. Zelfsturend mocht het niet genoemd worden, want zo ver gingen ze niet. De bestuurder bleef sturen.

Er was twee jaar gewerkt aan de voorbereiding van de invoering. Management was intensief begeleid. Iedere week een stevige strategische sessie met de stuurgroep. Een nieuwe visie op papier als resultaat.

In een tweedaagse training hadden de teamleiders de visie uitgelegd gekregen met de opdracht het tijdens het volgende werkoverleg met de teams te bespreken. Daar waren onder punt 3 van de agenda, de aandachtsgebieden Planning, Kwaliteit en Veiligheid en Teamzaken uitgedeeld. Wie of daar zin in had? De groep die ik die middag in mijn training had, had ‘ja’ gezegd.

‘Ja’ waartegen wisten ze eigenlijk nog niet, maar je bent professional in de zorg, dus je neemt je verantwoordelijkheid. In het voorstelrondje gaf iedereen aan blanco en afwachtend aan de training te starten. Tijdens de training ontstond een leuke actieve dynamiek en werden mooie stappen gezet. “Ik begin een beetje te begrijpen wat er van me verwacht wordt!”, gaven een paar deelnemers aan.

Met iets meer dan twee uur training moesten de aandachtsfunctionarissen[1] terug naar het team en de boel aan de gang krijgen. En ze hadden er nog zin in ook.

Management heeft dus twee jaar geïnvesteerd in zelfsturing. Middenkader twee dagen en diegene die het uiteindelijk moeten doen, twee uur. Deze manier van investeren in teams en zelfsturing is eerder regel dan uitzondering, is mijn ervaring.

Zijn medewerkers op de werkvloer nou zo veel slimmer dan de managers aan de top? Ik weet het niet. Maar het zijn wel echte super aandachtsvelders als het ze lukt met zo weinig tijd en investering.

Wordt het niet eens tijd om de balans om te draaien; 2 uur top, 2 dagen midden, en 2 jaar teams?

[1] In dit artikel wordt de term aandachtsfunctionarissen gebruikt, dit kan binnen verschillende organisaties verschillende termen hebben zoals sterrollen, koplopers, aandachtsvelders etc.

Deze column is geschreven door Pim Südmeier, partner bij Triaspect